Zondagochtend werd er op mijn deur geklopt. Ik schrok wakker. Ik keek naar mijn mobiel: 8:00uur. Wie kon dat zijn? Strompelend liep ik naar de deur. Toen ik de deur opende stond daar een vrouw met een schoonmaakkar. Ze begon in het Mandarijn tegen mij te praten, waarop ik aangaf haar niet te verstaan: ‘’Wǒ bù dǒng’’ (Ik snap het niet). Een zin die ik helaas maar al te vaak heb moeten gebruiken. Ze begon in gebarentaal uit te leggen dat ze wilde schoonmaken. Huh? Ik kon toch zelf schoonmaken? Ik schudde mijn hoofd. Ze lachte, gebaarde dat ik op de bank moest gaan zitten en begon met schoonmaken.

Terwijl ze bezig was, pakte ik mijn huurcontract er nog eens bij. Ik maakte foto’s en vertaalde de pagina’s in WeChat. Blijkbaar zou er eens per maand een schoonmaker (Ayi) komen om mijn appartement schoon te maken. Met schuldgevoel keek ik naar de berg met afwas op het aanrecht en mijn sokken die nu opeens overal leken te liggen. Ik stond op en verzamelde de sokken, maar al gauw gebaarde ze dat ik weer moest gaan zitten. Na ongeveer een uur gaf ze aan dat ze klaar was. In dat uur heb ik alleen maar ongemakkelijk op de bank gezeten. Gelukkig had ze de afwas niet aangeraakt, waardoor ik alsnog het idee had een beetje nuttig te kunnen zijn.

Een maand later. Er werd op de deur geklopt. Ik keek naar mijn mobiel: 8:00uur. De schoonmaker! Ik sprong op van de bank, verzamelde mijn sokken en deed de deur open. Daar stond de schoonmaker, die met een grote glimlach begon met schoonmaken. Ik liep naar het beetje afwas wat er nog stond, maar wederom tikte ze mij op mijn schouder en gebaarde naar de bank. Ik schudde mijn hoofd en maakte de afwas af. Ik ging op de bank zitten en zag dat ik eindelijk op Netflix kon (soms waren er dagen dat ik geen verbinding kreeg). Ik zette een aflevering van The Crown op, maar na 60 minuten kon ik wederom concluderen dat ik maar ongemakkelijk op die bank had gezeten.

De volgende maand. Er werd op de deur geklopt. Ik keek naar mijn mobiel: 8:00uur. De schoonmaker! Ik pakte mijn sokken, deed mijn schoenen aan en liep naar de deur. Daar stond de schoonmaker weer met haar grote lach. Ze gebaarde wederom naar de bank. Nu lachte ik haar toe. Ik deed mijn jas aan, groette haar en liep naar buiten voor een ommetje. Ik had even schoon genoeg van die bank.

2 gedachtes op “#28 Zondagochtenden”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WP-Backgrounds Lite by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann 1010 Wien