We zijn op de helft van het eerste semester. De leerlingen ronden nu het laatste huiswerk af en bereiden zich voor op de Midterms. Midterms zijn examens waarbij leerlingen getoetst worden op de stof van de voorafgaande periode. Naast deze midterms moeten de leerlingen ook elke week getoetst worden d.m.v. ‘proefwerken’ en lange essays. Ik heb zelf nooit geloofd in overmatig toetsen. Ik was dan ook heel blij dat ik vanaf het begin af aan heel veel vrijheid kreeg hoe ik mijn leerlingen kon beoordelen. Ik schreef mijn eigen syllabi waarin ik kon vastleggen hoe de cijfers tot stand zouden komen.

Aangezien de school met het Amerikaanse cijfersysteem werkt moest ik het percentage 100% (om een A+ te krijgen) verdelen over meerdere gebieden. Waar de meeste collega’s het volledige eindcijfer lieten afhangen van de toetsen, maakte ik de volgende verdeling:

  • Aanwezigheid 10%
  • Participatie (hoe goed doe je mee in de les, help je anderen?) 30%
  • Huiswerk, opdrachten, projecten, kleine toetsen 40%
  • Examens 20%

Ook hier vallen kanttekeningen te plaatsen, maar ik vond het een prettige verandering. De leerlingen krijgen hier namelijk geen onvoldoende/twijfel/voldoende/goed voor hun werkhouding. Toch vond ik wel dat ik hierop moest inspelen, dus liet ik 30% van hun eindcijfer afhangen van hun werkhouding. Ik merkte dat leerlingen minder gestrest waren en met meer plezier meededen aan de werkvormen van de les. Ik kreeg niet langer de vraag of bepaalde lesdelen voor een cijfer golden.

Naar mijn mening hadden de leerlingen al heel veel op hun bordje en ik wilde daarom niet meedoen met de grote toetscultuur die zoveel stress bij hen veroorzaakte. De leerlingen zijn hier namelijk niet tevreden met een C (6) maar willen vaak gaan voor een A. Ik vond het heftig om de leerlingen de hele dag (ook tijdens de lunch en het avondeten) bezig te zien met hun huiswerk.

De voortgang van een leerling moet naar mijn mening niet volledig afhangen van het cijfer dat ze halen. In Nederland baalde ik wel eens dat wanneer ik een leuke opdracht had bedacht, de eerste vraag die kwam was: ‘Is dit voor een cijfer?’ Door aan te sluiten bij hun belevingswereld en duidelijk te vertellen waarom ze de opdracht moesten doen, gingen de leerlingen vaak gelukkig aan de slag. De vraag of het voor een cijfer was ging helaas nooit weg.

Ook in China gebeurt dit. Toetsen kunnen soms een heel goed meetelement zijn om te kijken waar de leerling is, maar het is voor mij niet allesbepalend. Wat als een leerling goede antwoorden geeft in de les en zijn huiswerk altijd netjes af heeft, maar toch een 4 haalt op de toets? De nadruk zal helaas altijd liggen op deze 4.

Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar leerlingen die gemotiveerd in de les zitten (niet gemoetiveerd) en uit intrinsieke motivatie iets willen leren. Ik zag leerlingen hier hollen van de ene naar de andere toets en de hele dag door hun GPA (Grade Point Average/Gemiddelde) checken (wat ik in hun situatie maar al te goed begrijp, want ik had hetzelfde gedaan). Ook in Nederland lieten leerlingen mij altijd trots hun cijfers zien in Magister, maar stiekem was ik veel trotser als ze mij vertelden dat ze op vakantie een Griekse tempel hadden gezien en een foto lieten zien: ‘Kijk mevrouw, een dorische zuil.’

1 gedachte op “#26 De toetscultuur”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WP-Backgrounds Lite by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann 1010 Wien